Windmolens: voorlopig veroorzaken ze vooral veel wind in de rechtbank. Actiecomités schieten als paddenstoelen uit de grond. Toch blijkt uit onderzoek dat de tegenstanders in de minderheid zijn. Op 13 september gaven we tijdens de denknamiddag ‘windenergie: een positief verhaal’ een positieve draai aan de negatieve sfeer rond windmolens.

De analyse kennen we intussen: sinds windmolens ook in het landbouwgebied vergund kunnen worden, is er een regelrechte windrush aan de gang. Projectontwikkelaars verleiden grondeigenaars met bedragen die oplopen tot meer dan 25.000 euro per windmolen per jaar. De opstalrechten belanden vaak versnipperd bij meerdere projectontwikkelaars waardoor de ruimtelijke inplanting slecht is. Burgers, administraties en overheden hebben geen overzicht meer op het totaalplaatje in hun regio. Door de ongelijke verdeling van de lusten en de lasten en de slordige projectvoorstellen keldert het maatschappelijk draagvlak. Voor een participatief proces is er geen tijd, want wie eerst bij de overheid verschijnt met een vergunningsaanvraag wordt eerst behandeld.

Ook de procedure van de individuele vergunningsvraag, waarbij de opstelling al vast ligt en het openbaar onderzoek amper één maand bedraagt, is niet van die aard om voorstanders te mobiliseren. Waarom zouden burgers zich organiseren om het project van een ander te verdedigen waarbij ze zich tevreden moeten stellen met – in het beste geval - een beperkte financiële participatie zonder enige inspraak?

Met de denknamiddag windenergie wilde het Transitienetwerk Middenveld de hoopvolle ontwikkelingen onder de aandacht brengen. Dirk Vansintjan leidt het thema in. Hij is één van de oprichters van Ecopower en mede-initiatiefnemer van de federatie van hernieuwbare energie coöperaties in Europa en België. Zijn slogan “mensen overtuigen door een alternatief uit te werken in plaats van te staan roepen in een wei” is ook van toepassing op het Transitienetwerk Middenveld. Dirk Vansintjan brengt ons tijdens zijn presentatie de coöperatieve beginselen bij. De uiteindelijke doelstelling is dat burgers controle krijgen over hun energievoorziening. Hij waarschuwt ook voor de uitholling van het begrip ‘participatie’. Echte participatie is meer dan een openbaar onderzoek. Waar er tijd is om een draagvlak op te bouwen, is er nauwelijks protest. Alleen is die tijd er – doordat de overheid de regie uit handen gegeven heeft – nauwelijks.

John Van Daele bracht het verhaal van EnerGent. Een 100-tal bewoners van Gent ijvert voor een decentrale energieproductie waarbij het rendement van de productie over zoveel mogelijk mensen wordt verdeeld. In maart en april verzamelde EnerGent 5500 handtekeningen om het voorstel te ondersteunen van de provincie Oost-Vlaanderen om 10% van alle windparken in de provincie verplicht open te stellen voor investering door burgercoöperaties en nog eens 10% voor lokale besturen. De groep is ervan overtuigd dat in Gent meer dan 10% burgerparticipatie mogelijk is. Voorwaarde is wel dat de burgers vanaf het begin betrokken moeten worden. De manier waarop de inrichting van windparken nu wordt georganiseerd, leidt immers tot veel ongerustheid bij de omwonenden. EnerGent is momenteel een coöperatie in oprichting die gaat voor energieproductie en energiebesparing en daarbij zoveel mogelijk mensen wil betrekken, ook mensen met een bescheiden inkomen.

De wortelsvan cvba BronsGroen liggen dan weer in de sociale woonwijk Gansbeek in Bilzen. De huurders van de wijk waren verontwaardigd dat bedrijven grote winsten binnenrijven met windenergie, terwijl de ‘lasten’ (slagschaduw, geluid) voor de lokale bevolking zijn die het moeilijk heeft om zijn energiefactuur te betalen. De groep richt de vzw Bilzen Energiek op. Vanuit de vzw wordt in 2012 de coöperatie Bronsgroen opgericht. De winst die ze overhouden nadat de aandeelhouders een billijke vergoeding op hun kapitaal hebben ontvangen, wil BronsGroen investeren in sociaal-ecologische projecten in de regio. Hiervoor willen ze samenwerken met de gemeentes, de OCMW's en de sociale huisvestingsmaatschappijen uit de regio.

Waar ze in Doha, Durban of Cancun niet in slagen, krijgen ze voor elkaar in het Pajottenland. Kyoto in ’t Pajottenland is een samenwerkingsverband tussen 14 lokale en regionale verenigingen en organisaties. Met het ‘Pajots charter voor duurzame energie’ willen ze de inwoners warm maken voor duurzame energie. Daarvoor voeren ze concrete acties rond energiebesparing, zoals samenaankoopacties voor dak- en muurisolatie en rond hernieuwbare energie. De thuisbasis van Kyoto in ’t Pajottenland is Educatief Centrum Paddenbroek in Gooik.

Cvba Beauvent is ontsproten aan het brein van 3 mannen die in hetzelfde dorp hun huis verbouwden. Zij wilden niet alleen hun energieverbruik zo laag mogelijk houden, maar zelf – duurzame - energie opwekken. Alleen bleek dit niet rendabel. De 3 mannen kwamen elkaar tegen en ontdekten dat zij dezelfde gemeenschappelijke behoefte hadden. Het begin van een coöperatie die intussen 2500 vennoten telt. Tom Decorte bracht het verhaal van Nieuwkapelle, waar Beauvent een intensief proces aflegde met de bewoners. Nu staan er twee windmolens. ‘Onze windmolens’, zeggen ze in Nieuwkapelle. De inwoners werden vanaf het begin betrokken bij de plannen. In 2010 organiseerde Beauvent een groot dorpsfeest voor de inwoners om 10 jaar Beauvent en 5 jaar windmolens in Nieuwkapelle te vieren. Intussen kocht de coöperatie ook een lokaal café dat dreigde te sluiten en renoveerde het de bijbehorende feestzaal. Die feestzaal werd het ecologisch buurthuis voor de lokale verenigingen.        

Moira Callens en Isabel Thys van Oost-Vlaanderen Energielandschap brachten het verhaal van de provincie Oost-Vlaanderen. Overstelpt door de vele – vaak concurrerende aanvragen – heeft de provincie beslist om een plan-MER op te maken over de afbakening van energielandschappen en de bijhorende zoekzones. Aan de projectontwikkelaars die rechten geronseld hebben, wordt gevraagd om samen te werken aan een gemeenschappelijk voorstel. Pas dan zal de provincie de vergunningsprocedure faciliteren. Bijkomende voorwaarde is dat 20% van het project afgestaan wordt aan de gemeenschap onder de vorm van rechtstreekse participatie door burgers en/of overheidsbesturen. Daarnaast moeten projectontwikkelaars jaarlijks 5000 euro per windmolen in een fonds storten. Dat fonds moet middelen ter beschikking stellen van de lokale gemeenschap om de omgevingskwaliteit te verhogen.

De Vlaamse regering blijft in dit debat tot op vandaag op de achtergrond. Joris Vandenbroucke, de kabinetschef van Vlaams minister van energie Freya Vandenbossche, stelde op de denkmiddag van het Transitienetwerk Middenveld wel dat de Vlaamse energie-administratie momenteel verschillende pistes onderzoekt om coöperaties te ondersteunen. Zo wordt bekeken of gronden in handen van de overheid kunnen opengesteld worden voor participatie, op welke manier het Vlaams energiebedrijf ondersteuning kan bieden en of het ondersteuningsmechanisme voor groene stroom kan aangepast worden zodat coöperaties meer steun kunnen krijgen. De kabinetchef nodigde de organisaties van het Transitienetwerk Middenveld uit voor een gesprek.

Twee weken na de denknamiddag hadden enkele vertegenwoordigers van het Transitienetwerk Middenveld een gesprek met enkele parlementsleden over burgerparticipatie bij windenergieprojecten. Bij alle aanwezige partijen bleek er in elk geval de wil te zijn om de verschillende pistes te bekijken. Alleen staat de huidige situatie – de optiecontracten op geschikte gronden, de wetgeving,… - de praktische uitvoering van een verplichte burgerparticipatie in de weg. Het Transitienetwerk Middenveld laat dit thema in elk geval niet los.

Hier vind je de presentaties van de denknamiddag ‘Windenergie: een positief verhaal!’.