Photo by bruce mars from Pexels

Transport is, na gebouwen en landbouw, de grootste oorzaak van CO2-uitstoot in ons land. Daarbinnen neemt goederentransport een groot deel voor zijn rekening (35%), maar ook het aandeel van het personenvervoer (52%) en meer bepaald het woon-werkverkeer en woon-schoolverkeer is substantieel (30%). Bovendien gebeuren deze verplaatsingen volgens een vast patroon. Tijdens de spitsuren zijn de woon-werkverplaatsingen goed voor 60% van alle verplaatsingen. Het moet mogelijk zijn om hier specifiek beleid rond te voeren.

Vlaanderen heeft zich achter belangrijke Europese doelstellingen gezet om emissies te reduceren. Met reductiepercentages voor vervoer van 54% tot 67% in 2050. Wetende dat de mobiliteitsvraag nog zal groeien met 10% in het personenvervoer en 45% in het goederenvervoer, is dit een aanzienlijke uitdaging, die enkel met een resem aan maatregelen kan worden gerealiseerd.

Het Transitienetwerk Middenveld wil zich specifiek buigen over het luik personenvervoer en meer specifiek het woon-werkverkeer en het werk-werkverkeer (de dienstverplaatsingen). Het wil nagaan hoe dit vervoer op een andere, meer duurzame, klimaatneutrale manier kan worden georganiseerd.  


Het pendelcompromis

Doorheen de jaren is het woon-werkverkeer en het werk-werkverkeer enorm toegenomen en dat heeft mede te maken met de historische keuze om werknemers te vergoeden voor de kosten die ze maken om zich te verplaatsen van en naar het werk. Thomas Vanoutrive, onderzoeker aan de universiteit van Antwerpen, noemt dit het ‘pendelcompromis’. Het uitgangspunt is dat de kost van het woon-werkverkeer de werking van de arbeidsmarkt niet mag verstoren.

Dat heeft zich vertaald in diverse terugbetalingsregimes, vaak verankerd in interprofessionele en sectorale cao’s. Daarbij worden de kosten voor het abonnement openbaar vervoer voor minstens 70 % en soms voor 100 % terugbetaald. In veel gevallen krijgen werknemers die met de eigen wagen komen, ook de abonnementsprijs terugbetaald of beschikken ze over de mogelijkheid tot het inbrengen van werkelijke beroepskosten. Daarnaast bestaat er een fietsvergoeding, diverse vormen van collectief bedrijfsvervoer, bedrijfsfietsen enz.
Kers op de taart in deze logica is de toekenning van een bedrijfswagen, met tankkaart, die bovendien zowel fiscaal als parafiscaal sterk wordt ondersteund en aangemoedigd. Regelingen rond bedrijfswagens breken in op het interprofessionele en sectorale sociale overleg. Ze zijn geen voorwerp van overleg op deze niveaus.

Het pendelcompromis was perfect verdedigbaar maar een aantal aspecten ervan leiden ook tot problemen. Werknemers worden indirect gestimuleerd om grotere woon-werkafstanden af te leggen, de auto blijft het meest gebruikte vervoersmiddel en de bedrijfswagens vormen een substantieel aandeel op de weg tijdens de spits.  

Vooral voor de lage inkomensklassen stijgt de eigen bijdrage. Dat is vooral problematisch voor autoafhankelijke werknemers zonder alternatief. De werkgeversbijdrage is nl. gekoppeld aan de abonnementsprijs van het spoor. En die zijn de laatste jaren amper gestegen. En werknemers die geen beroep kunnen doen op een derde betalersregeling voor het spoor betalen ook meer. De werkgeversbijdrage is gezakt van 75 % in 2009 tot 69,4 % vandaag.

Pendelcompromis herzien: nieuwe principes. 

Tijd dus om met een andere bril naar het woon-werkverkeer te kijken, waarbij we duurzaamheid en nabijheid meer centraal willen stellen. Doch, een pendelcompromis dat gedurende meer dan 100 jaar werd uitgebouwd, verander je niet van vandaag op morgen. Dat vergt tijd en een stapsgewijze aanpak. Bij elk voorstel moet nauwkeurig worden nagegaan bij wie de kosten terecht komen, wat de impact is op de sociale zekerheid en of het al dan niet sociaal rechtvaardig is.

De TNM werkgroep mobiliteit werkte eind 2016 een inspiratienota uit waarin ze een aantal voorstellen formuleerden die kunnen bijdragen tot het verder verduurzamen van het woon-werkverkeer en de dienstverplaatsingen. 

Deze dragen bij tot een vermindering van de CO2-uitstoot, het verminderen van de gezondheidsproblemen ten gevolge de luchtvervuiling, het verminderen van de files, het verhogen van de verkeersveiligheid en het realiseren van het STOP-principe.

De nota is opgezet rond 4 clusters

1. het vergroenen van het wagenpark

Het merendeel van de auto’s rijdt vandaag nog steeds op fossiele brandstoffen.
Het TNM wil op korte termijn een omschakeling van sterk vervuilende brandstoffen naar schonere technologieën en schuift drie voorstellen naar voren met elk een ander ambitieniveau.

2. het verminderen van het wagengebruik

Het is uiteraard niet voldoende om enkel en alleen het type wagens te veranderen. Ook een andere rijstijl kan leiden tot minder CO2-uitstoot. Verder moet het aantal gereden kilometers moet omlaag. Mensen moeten worden gestimuleerd om andere vervoersmodi te gebruiken voor hun woon-werkverkeer of om meerdere vervoersmodi te combineren.

3. het verkleinen van het wagenpark

Het is niet alleen noodzakelijk om te verschuiven naar een ander type wagens op de weg en om het aantal gereden kilometers te verminderen. Er kan ook gewerkt worden aan het verminderen van het aantal auto’s op de weg.

4. het uitbouwen van de alternatieven

Als we werknemers willen stimuleren om minder de auto te gebruiken, dan moeten er ook voldoende alternatieven zijn. Vooral het openbaar vervoer moet verder worden uitgebouwd en beter (maar niet uitsluitend!) worden afgestemd op het woon-werkverkeer. Naast het openbaar vervoer zijn er heel wat werknemers die hun woon-werkverkeer geheel of gedeeltelijk met de fiets kunnen afleggen. Ook dit kan verder gestimuleerd worden.
Maar “de meest duurzame mobiliteit is geen mobiliteit”. Het wegnemen van de noodzaak voor verplaatsingen is de meest duurzame oplossing.

De voorstellen binnen elke cluster variëren van zeer pragmatisch en politiek haalbaar tot meer ambitieus en toekomstgericht.

Als Transitienetwerk Middenveld hechten we bovendien veel belang aan sociale rechtvaardigheid. Concreet binnen dit dossier betekent dat o.a. dat ze niet leiden tot afbouw van verworven rechten van werknemers, tenzij wijzigingen via sociaal overleg overeengekomen worden; dat ze budgetneutraal zijn voor werknemers maar ook voor de sociale zekerheid. Ze streven ook meer mobiliteitsvoordelen na voor werknemers uit lagere inkomensklassen die vandaag gediscrimineerd worden, alsook sterke stimulansen voor het openbaar vervoer.

Een inspiratienota voor duurzame mobiliteit in woonwerkverkeer

Samengevat stelt TNM in deze inspiratienota diverse concrete maatregelen voor in deze om de financiële prikkels in het woon-werk verkeer te verleggen om een meer duurzame shift mogelijk te maken. Het is geen of/of verhaal, maar een pleidooi om diverse maatregelen te combineren die elkaar versterken.

Verleg de financiële prikkels

Om de transitie naar een duurzame mobiliteit te maken is een heuse taks shift nodig, waarbij de publieke uitgaven voor het autovervoer verminderd worden en voor de alternatieve vervoersmodi verhoogd.  

Het verminderen van de publieke uitgaven voor automobiliteit kan door:

  • het verminderen van de fiscale uitgaven voor bedrijfswagens, te beginnen met de tankkaart en het voordeel van alle aard voor het gedeelte van de cataloguswaarde van auto’s boven 33.000 EUR.
  • Het aanscherpen van de BIV en jaarlijkse verkeersbelasting
  • Het vergroenen van de BIV en jaarlijkse verkeersbelasting op leasewagens

Het stimuleren van de alternatieve vervoersmodi kan door:

  • het verruimen van de SZ-vrijstelling en fiscale vrijstelling tot alle duurzame vervoersmodi (dus niet voor bedrijfswagen of eigen wagen)
  • verhogen van de fietsvergoeding
  • invoeren van een wandelvergoeding
  • het investeren in kwantiteit en kwaliteit van het openbaar vervoer

De middelen voor deze investeringen in alternatieven komen van een vermindering van de fiscale uitgaven, een verhoging van de belasting Voordeel Alle Aard boven 33.000 EUR en de nieuwe inkomsten uit tolheffingen.

De maatregelen die een negatief effect hebben op de inkomsten voor de sociale zekerheid, zoals het uitbreiden van de socialezekerheidsvrijstelling tot alle duurzame vervoersmodi, moeten gecompenseerd worden.

 

Combineer diverse maatregelen

Om daadwerkelijk tot een gedragswijziging te komen, is ook een combinatie van diverse maatregelen nodig, die elkaar bovendien versterken (en niet tegenwerken). Daarbij schuiven we een aantal lijnen naar voren:

  • Het invoeren van een mobiliteitsbudget heeft maar zin als de financiële prikkels voor bedrijfswagens afgebouwd worden
  • Hoe duurzamer het vervoermiddel, hoe hoger de incentives moeten zijn. Bv. e-fietsen moeten meer gestimuleerd worden dan e-auto’s.
  • Collectieve vervoersmodi moeten meer gestimuleerd worden dan individuele vervoersmodi


Lees hier de volledige nota om kennis te nemen van alle concrete voorstellen, hun praktische uitwerking en in welke mate deze sociaal rechtvaardig zijn.

------------------------

Deze inspiratienota kwam tot stand in de werkgroep mobiliteit van TNM.