Facebook, Google, Uber, Airbnb,... het kapitalisme van de grote digitale platformen verandert de wereld. Maar er rijzen ook veel vragen. Is Facebook vergelijkbaar met de Stasi? Wat met de sociale verworvenheden van werknemers? Er komt een tegenbeweging op gang van ‘polderen’ en ‘platformcoöperaties’.

 

Heel wat mensen in de rijke landen hebben vrije tijd en die kan op allerlei manieren worden ingezet. De 35 000 redacteurs van de Engelstalige versie van Wikipedia kiezen ervoor om de wereld gratis en voor niks een encyclopedie te bezorgen. Het internet is dan ook een fantastisch instrument om mensen wereldwijd vrijwillig te laten samenwerken aan goede zaken.

Dat is de peer to peer-omgeving die de Belgische denker Michel Bauwens beschrijft. ‘In een omgeving van sociale solidariteit is die vrijwillige arbeid emanciperend,’ vindt Bauwens. Vrijwillige arbeid wordt voor hem evenwel problematisch in de omgeving van het platformkapitalisme waar de waarde ongelijk verdeeld wordt en er minder of geen wederkerigheid is. The Huffington Post is een schrijnend voorbeeld: jarenlang schreven journalisten er gratis voor maar in 2011 verkocht Arianna Huffington het bedrijf voor 315 miljoen dollar en de journalisten hadden het nakijken.

Ook op Facebook en Google produceren mensen financiële waarde zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Onze pogingen tot het creëren van een digitaal zelf, het genereren van “likes” en “microroem” worden door Facebook vertaald in commercieel waardevolle data. Hoe meer de zoekmotor Google over ons weet, hoe beter het bedrijf die informatie kan verkopen aan zij die ons advertenties willen versturen.

‘Google en Facebook, de machtigste bedrijven ter wereld, zuigen informatie uit ons en verkopen die’
Burgers kunnen gratis gebruik maken van deze digitale infrastructuren, maar onze “tegenprestatie” is dat we ons door hen laten kennen. ‘Deze digitale arbeid is zoiets als gratis pizza en frisdank terwijl de Stasi mee luistert’, schrijft de Amerikaans-Duitse auteur Trebor Scholz. ‘De machtigste bedrijven ter wereld, zoals Facebook of Google, zijn eigenlijk advertentiebedrijven. Ze produceren de olie van de 21ste eeuw, informatie, die ze uit ons zuigen door alles bij te houden over ons gedrag op hun platformen. Ze mogen zelfs ongevraagd de microfoon van je computer aan zetten om te horen welke muziek er bij jou in de woonkamer speelt. We weten niet wat ze weten over ons en aan wie ze die informatie verkopen. Ze zijn erg gecentraliseerd en hebben grote invloed op de samenleving en de politiek.’

De grenzen tussen arbeid en vrije tijdsbesteding zijn dus soms erg wazig in deze digitale wereld. De vraag stelt zich hoe eerlijk de lasten en lusten verdeeld worden. Het internet, ooit ontwikkeld met belastinggeld in de schoot van het Amerikaanse leger en universiteiten, komt nu vooral ten goede aan reusachtige private bedrijven die liefst zo weinig mogelijk belastingen betalen (door het opzetten van complexe fiscale constructies).

Deze bedrijven heten disruptief, maar wat ze overhoop gooien, is niet alleen maar positief. Minimumlonen en sociale bescherming? Uber en Amazon Mechanical Turk hebben er lak aan. Privacyregels? Google en Facebook hebben er liefst zo min of mogelijk van.

 

Lees het vollledige artikel op MO.be