Opgejaagd door het Publifin-schandaal worden politici uitgedaagd om duidelijkheid te verschaffen over hun visie op het voortbestaan van intercommunales. Voor sommigen lijkt het de baarlijke duivel waar ze snel vanaf moeten, richting privatisering. Anderen vinden het instrumenten die het best beheerd worden door technocraten. Maar zijn intercommunales ook geen vorm van economische democratie en zouden ze dat niet nog meer kunnen worden als hun werking verbeterd wordt?

Verre van ons om te doen alsof de huidige intercommunales een feilloos parcours rijden. We wéten dat niet alle gemeentelijke mandatarissen over de nodige kennis beschikken om hun werk als bestuurder goed te doen. Dat bleek tijdens de Eandissaga toen bestuurders het ene moment voor de participatie van de Chinese staatsbedrijf waren, en een paar weken later tegen. En in Wallonië heeft het partijpolitieke ons-kent-ons geleid tot een al te riante omgang met wat tenslotte publieke middelen zijn.

Opgejaagd door de waan van de dag is de neiging groot om het kind met het badwater weg te gooien zonder de voor- en nadelen in het publiek debat besproken te hebben. Want wat is er mis met het principe van intercommunales? Moeten we niet de opvatting en praktijk koesteren dat water of energie publieke goederen zijn waar elke burger toegang moet toe hebben? De reden waarom gemeenten deze sectoren, historisch gezien, naar zich toe trokken, was trouwens dikwijls dat de private sector niet geïnteresseerd was om die voorzieningen tot in elk klein gehucht beschikbaar te maken, tenzij ze daarvoor door de overheid vergoed werden. Dan kan je het even goed zelf doen.

Maar er zijn nog andere redenen waarom nu juist niet het goede moment is voor een beursgang of andere vorm van privatisering.

Zeker in de energiesector worden steeds meer mensen actieve spelers als producent van hernieuwbare energie en als beheerser van hun eigen vraaggedrag. Zeker voor dat medebeheer aan de vraagkant zullen de distributienetbeheerders een nauwere samenwerking met hun gebruikers moeten uitbouwen. Het lijkt alleen maar logisch om diezelfde burger ook financieel te betrekken bij de distributie van die energie, en de aanpassing van het net aan die hernieuwbare energie. Gebrek aan geld is er niet: er staat 260 miljard euro op spaarboekjes.

Verder willen nogal wat burgers in een hedendaagse democratie meer doen dan alleen maar om de vijf jaar een bolletje rood kleuren: hij of zij wil graag mee vorm geven aan onze samenleving, zeker op terreinen van maatschappelijk belang. Het klassieke middenveld is daar ook vragende partij voor.

Die doelstellingen kunnen bereikt worden door de oprichting van een of meer coöperaties van Vlaamse burgers die niet alleen hun geld kunnen investeren in een cruciale infrastructuur van de toekomst. Bijkomend voordeel, en belangrijk gezien de discussies in Wallonië, is dat een burgercoöperatie niet alleen de stem van de gebruiker en burger kan laten horen in de raden van bestuur, maar ook de beslotenheid kan doorbreken. Een coöperatie die haar werk goed doet, kan voor meer transparantie zorgen, en mentale nabijheid: nu zijn burgers via de gemeentes ook eigenaar van pakweg Aspiravi of Eandis, maar worden ze zich dat maar bewust als er een Chinees op de proppen komt. Voorwaarde is dan wel dat die coöperatie haar communicatie met de achterban, de burger, goed verzorgt, en gekwalificeerde bestuurders afvaardigt die de betrokken sector door en door kennen. Dat is dan ook een belangrijk verschil met een beursgang waar de relatief kleine groep van individuele beleggers geen stem verwerft omdat ze niet georganiseerd zijn.

Dat lokale besturen met het democratische mandaat dat ze van hun burgers hebben gekregen, hun plaats verdienen in deze cruciale sectoren, staat voor ons buiten kijf. Maar zeker nu onze samenleving evolueert naar een actief burgerschap en met burgers als energieproducent, is ook een directe betrokkenheid van burgers aangewezen. Maak van moderne intercommunales de commons van de toekomst die samen met haar burgers de energiedoelstellingen waar maken. Zoals de waterput ooit de plek was die mensen samen bracht rond het gemeenschappelijk water, zo kan de intercommunale 3.0 dat opnieuw zijn rond hernieuwbare energie. En dat is meer dan een plek voor technocraten of investeerders.